Een geschiedenis van Vlaanderen
De fanfare van heuvelbos : de glorieuze en grappige lotgevallen van Ridder Louis Mpoint en tal van andere beren
De fanfare van heuvelbos : de glorieuze en grappige lotgevallen van Ridder Louis Mpoint en tal van andere beren
Nederlands
2009
Vanaf 9-11 jaar
De Olifant loopt weg uit het circus en ontmoet in het heuvelbos een dichterlijke grizzlybeer. Als ook beertje Kareltje arriveert, ontstaat het plan om een Republiek voor Vrije Beren op te richten. Vanaf ca. 12 jaar.
Details
Genre
Fantasieverhalen
Onderwerp
Dieren
Extra onderwerp
FAV,
humor,
Dierenverhalen,
KJV 2010-2011, groep 4,
verhalen,
fantasie,
fantasy,
Fantasieverhalen (jeugd),
Dieren (jeugd),
Brugensia,
Nederlandstalige kinderliteratuur ; 2001-2010,
West-Vlaanderen ; kinderliteratuur ; 2009,
Dieren (jeugd verhalend),
Fantasieverhalen (jeugd verhalend),
Dieren ; [ verhalen ],
Dieren (jeugd verhalen),
Anders Lezen,
KJV 2010-2011,
Fanfares,
Dieren; Fantasieverhalen
Minder
Titel
De fanfare van heuvelbos : de glorieuze en grappige lotgevallen van Ridder Louis Mpoint en tal van andere beren
Auteur
Henri Van Daele 1946-2010
Illustrator
Klaas Verplancke
Taal
Nederlands
Uitgever
Leuven: Van Halewyck, 2009
215 p. : ill.
215 p. : ill.
ISBN
9789056179427
Besprekingen
Leeswelp
De intense samenwerking tussen auteur Henri van Daele en illustrator Klaas Verplancke resulteerde in…
De intense samenwerking tussen auteur Henri van Daele en illustrator Klaas Verplancke resulteerde in het verleden in fraaie en vernieuwende boeken, zoals de herwerkingen van Reinaart de Vos en Tijl Uilenspiegel of de absurde cultuursprookjes over heksje Paddenwratje. Hun nieuwste telg werd een vervolgverhaal op het in 2004 verschenen Van de Grizzly die niet slapen wou. Dit nogal dunnetjes uitgevallen jeugdboekje, met illustraties van de Duits-Russische kunstenaar Aljoscha Blau, verhaalt de lotgevallen van de kleine grizzlybeer, die deel uitmaakt van de koninklijke menagerie, vriendschap sluit met prinses Limoentje en uiteindelijk een eigen stekje vindt in het Heuvelbos. Dat de opvolger pas nu verschijnt, heeft zo zijn redenen, argumenteert de auteur op zijn website: drie uitgeverijen weigerden het boek in hun fonds op te nemen, wegens 'te duur', 'te gedurfd/bizar/brekend met elke sprookjestraditie' of 'te veel zijlijnen'. Vreemd, want met De fanfare van Heuvelbos leverde van Daele naar eigen zeggen 'één van zijn meest hilarische boeken af'.
Dit lijvige vervolg speelt zich ruim twintig jaar later af. De Grizzly maakt kennis met Georges de Olifant, een ontsnapt circusdier met 'te veel olifant rond zijn ziel', meteen een van de schaarse stilistische hoogvliegers in dit verhaal. De eerste kennismaking tussen olifant en Grizzly wordt via spitse dialogen voorzien van een stevige dosis maatschappijkritiek. Vooral de problematische omgang van mensen met dieren wordt gehekeld, vaak op storend expliciete wijze. Toch wordt het mensenras als zodanig evenmin gespaard: 'Blanken moorden iedereen met een andere huidskleur uit. Ze denken dat blank de enige juiste kleur is'. Behalve de weinig genuanceerde toon, schort ook één en ander aan de uitwerking van de mens-dier-verhouding. Mensen worden overal in het boek in hun eigenheid geportretteerd, terwijl de dieren wandelende antropomorfismen zijn, vol goede bedoelingen, en vreedzaam op de koop toe. Het levert een geforceerde constellatie op, Heuvelbos als zogenaamd utopisch paradijs voor dieren, dat nadrukkelijk in schril contrast wordt geplaatst met onze samenleving. Slechts volwassenen 'die diep in hun hart kind gebleven zijn', vinden genade bij de bosbewoners. De flamboyante ijsventer Maroni bijvoorbeeld, of prinses Limoentje, die na de dood van haar vader het land regeert. De talloze bezoekjes van Maroni, Grizzly en/of de Olifant aan het paleis, of het nu om de begrafenis, Limoentjes inauguratie of het overhandigen van de eerste kastanjes gaat, vormen stuk voor stuk inhoudsloze intermezzo's, slechts af en toe opgevrolijkt door de vlot geschreven dialogen, waaruit nog enig vertelplezier blijkt. De storende muzikale interpellaties van Grizzly leiden van het hoofdverhaal af en vormen evenmin stilistische pareltjes. Ook de zogenaamd verrassende verhaalwending, het oprichten van de 'berenfanfare' om een republikeins volkslied te componeren ter ere van de eerste Berenrepubliek, mist diepgang en ontaardt in een wildgroei van faits divers. De verschillende berenfiguren worden kleurloos als typetjes geportretteerd en voegen niets toe aan de toch al slappe verhaallijn. Ook het flauwe einde ? een appèl aan de herwonnen vrijheid van de dieren ? mist aan zeggingskracht.
Enig lichtpuntje vormen de ? overigens schaarse ? illustraties. Verplancke bedient zich opnieuw van haast groteske dierenfiguren, die als geslaagde eye-catchers een verder tamelijk leeg landschap bevolken. Sterk is de allereerste illustratie, waar de zelfgenoegzaamheid van de wandelende man-met-hondje een enggeestige kleinburgerlijkheid verraadt. Ook elders zorgt het beheerste, vaak sobere kleurenpalet, in combinatie met de expressiviteit van de figuren, voor geslaagde, vaak komische prenten, en dat is gezien de beaat voortkabbelende tekst al een prestatie an sich. Getuige zijn meest recente boeken lijkt het er sterk op dat Van Daele, herhaaldelijk met het epitheton 'rasverteller' aangeduid en veelvuldig bekroond omwille van zijn onmiskenbare invloed op de Nederlandstalige jeugdliteratuur, in een impasse verzeild is. Hopelijk is het er een van tijdelijke aard. [Jürgen Peeters]
Dit lijvige vervolg speelt zich ruim twintig jaar later af. De Grizzly maakt kennis met Georges de Olifant, een ontsnapt circusdier met 'te veel olifant rond zijn ziel', meteen een van de schaarse stilistische hoogvliegers in dit verhaal. De eerste kennismaking tussen olifant en Grizzly wordt via spitse dialogen voorzien van een stevige dosis maatschappijkritiek. Vooral de problematische omgang van mensen met dieren wordt gehekeld, vaak op storend expliciete wijze. Toch wordt het mensenras als zodanig evenmin gespaard: 'Blanken moorden iedereen met een andere huidskleur uit. Ze denken dat blank de enige juiste kleur is'. Behalve de weinig genuanceerde toon, schort ook één en ander aan de uitwerking van de mens-dier-verhouding. Mensen worden overal in het boek in hun eigenheid geportretteerd, terwijl de dieren wandelende antropomorfismen zijn, vol goede bedoelingen, en vreedzaam op de koop toe. Het levert een geforceerde constellatie op, Heuvelbos als zogenaamd utopisch paradijs voor dieren, dat nadrukkelijk in schril contrast wordt geplaatst met onze samenleving. Slechts volwassenen 'die diep in hun hart kind gebleven zijn', vinden genade bij de bosbewoners. De flamboyante ijsventer Maroni bijvoorbeeld, of prinses Limoentje, die na de dood van haar vader het land regeert. De talloze bezoekjes van Maroni, Grizzly en/of de Olifant aan het paleis, of het nu om de begrafenis, Limoentjes inauguratie of het overhandigen van de eerste kastanjes gaat, vormen stuk voor stuk inhoudsloze intermezzo's, slechts af en toe opgevrolijkt door de vlot geschreven dialogen, waaruit nog enig vertelplezier blijkt. De storende muzikale interpellaties van Grizzly leiden van het hoofdverhaal af en vormen evenmin stilistische pareltjes. Ook de zogenaamd verrassende verhaalwending, het oprichten van de 'berenfanfare' om een republikeins volkslied te componeren ter ere van de eerste Berenrepubliek, mist diepgang en ontaardt in een wildgroei van faits divers. De verschillende berenfiguren worden kleurloos als typetjes geportretteerd en voegen niets toe aan de toch al slappe verhaallijn. Ook het flauwe einde ? een appèl aan de herwonnen vrijheid van de dieren ? mist aan zeggingskracht.
Enig lichtpuntje vormen de ? overigens schaarse ? illustraties. Verplancke bedient zich opnieuw van haast groteske dierenfiguren, die als geslaagde eye-catchers een verder tamelijk leeg landschap bevolken. Sterk is de allereerste illustratie, waar de zelfgenoegzaamheid van de wandelende man-met-hondje een enggeestige kleinburgerlijkheid verraadt. Ook elders zorgt het beheerste, vaak sobere kleurenpalet, in combinatie met de expressiviteit van de figuren, voor geslaagde, vaak komische prenten, en dat is gezien de beaat voortkabbelende tekst al een prestatie an sich. Getuige zijn meest recente boeken lijkt het er sterk op dat Van Daele, herhaaldelijk met het epitheton 'rasverteller' aangeduid en veelvuldig bekroond omwille van zijn onmiskenbare invloed op de Nederlandstalige jeugdliteratuur, in een impasse verzeild is. Hopelijk is het er een van tijdelijke aard. [Jürgen Peeters]
NBD Biblion
Gonny Smeulders-Veltman
Een circusolifant vlucht naar het Heuvelbos van de geridderde grizzlybeer Louis Mpoint. Ook Beertje…
Een circusolifant vlucht naar het Heuvelbos van de geridderde grizzlybeer Louis Mpoint. Ook Beertje Kareltje komt bij hen wonen. Hij wil een Republiek voor Vrije Beren oprichten en begint aan een grondwet. De dichterlijke, muzikale grizzlybeer pleit voor een volkslied en een fanfare. Daarom worden er beren uit de knuffelbranche geronseld. Fantasierijk gegeven, gesitueerd binnen een mensenmonarchie. De Grizzly is een jeugdvriendje van prinses/koningin Limoentje. Zij ondersteunt de initiatieven van de beren. Uitweidende schrijfstijl met gevoel voor humor, impulsiviteit, gerechtigheid en relativering. Filosofische, beeldende uiteenzettingen (in dialoogvorm) over het ontstaan van poëzie, muziek, een grondwet, een republiek. De karakters van de personages zijn gevoelig en onvergetelijk neergezet. Er is 'zonder te verpinken' gebruikgemaakt van minder bekende woorden en uitdrukkingen, gelardeerd met eigen vondsten, hetgeen de leesbaarheid kan bemoeilijken. De indeling in hoofdstukken, het fladderzetsel, de brede bladspiegel en de fraaie, gekleurde illustraties verhogen de leesbaarheid. Vanaf ca. 12 jaar.