Boek
Nederlands
In de drie jaar durende gruwelijke huurlingenoorlog tegen Carthago (240-237 v.C.) vat de barbarenaanvoerder een, tot een obsessie uitgroeiende, liefde op voor de dochter van de Carthaagse hoofdman.
Extra onderwerp
HIS, Punische beschaving, Romans, oorlog
Titel
Salammbô
Auteur
Gustave Flaubert
Taal
Nederlands
Oorspr. taal
Frans
Oorspr. titel
Salammbo
Uitgever
Amsterdam: Athenaeum-Polak en Van Gennep, 1999
352 p.
ISBN
90-253-1379-5

Besprekingen

In de drie jaar durende gruwelijke huurlingenoorlog tegen Carthago (240-237 v. Chr.) vat de Barbaren-aanvoerder een obsessieve liefde op voor Salammbô, de dochter van de Carthaagse hoofdman Hamilcar. Rond hun relatie speelt zich in wisselend ritme het epische verhaal af, waarbij voornamelijk klanken en kleuren de gewaarwording bepalen. De lezing van deze sterk gedocumenteerde roman is in drieërlei opzicht interessant. Door de vervreemding die een ver verwijderde historische gebeurtenis kan bieden. Door het andere mensbeeld van de 19e-eeuwse beschrijvende auteur, die, hoe objectief hij ook pretendeert te zijn, indirect deze eigen visie tot uiting doet komen. En tenslotte door het taalgebruik van de vertaler, die onontkoombaar een persoonlijke vleug over de tekst spreidt en dan hier gedurfde en geslaagde resultaten bereikt. Flaubert (1821-1880) was 41 jaar toen hij "Salemmbô" voltooide en onderhield met dezen en genen een intensieve correspondentie. In een brief aan Jules Duplan (25 sep…Lees verder

Over Gustave Flaubert

Gustave Flaubert (Rouen, 12 december 1821 - Canteleu, 8 mei 1880) was een Frans schrijver. Zijn bekendste werk is Madame Bovary.

Levensloop

Flaubert werd geboren als zoon van de chirurg Achille Cléophas en zijn vrouw Anne Justines. Hoewel hij op school weinig uitvoerde, hield hij zich al vanaf zijn elfde bezig met literatuur. Flaubert verliet Rouen in 1840 om in Parijs rechten te gaan studeren. Het Epilepsie-Museum in Kehl-Kork (Duitsland) rekent hem tot de lijst vermaarde lijders aan deze ziekte.

Omdat hij van het buitenleven hield en in Parijs niet kon aarden, reisde hij tegen het eind van het jaar 1840 af naar de Pyreneeën en Corsica. Na zijn terugkeer in Parijs deed hij niets anders dan zijn tijd verspillen aan sombere dromen. In 1846 besloot hij in Croisset, een gehucht vlak bij Rouen, een huis te bouwen voor zijn moeder, die alleen was achtergebleven in Rouen, nadat zijn vader en zijn zus Caroline waren over…Lees verder op Wikipedia